LeerweerMeer

De 2 hersenhelften

Jonge kinderen worden geboren met een dominante rechter hersenhelft. Zij maken geen gebruik van taal. Door het bewegen van de armen en benen verkennen zij de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zij duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het direct vervullen van een behoefte.
= PRIMAIR DENKPROCES.

Dan leert een kind praten en in woorden denken. Dit omslagpunt ligt rond het derde/vierde levensjaar. Taal gaat overheersen en het kind gaan de wereld ‘beredeneren’.
= SECONDAIR DENKPROCES.

 

Een kleine groep mensen (5%?) blijft in beelden denken (primair denkproces). De rechter hersenhelft blijft dominant. De linker hersenhelft kan een achterstand gaan vertonen. Dit hoeft niet. Hoogbegaafde mensen denken in beelden en zijn ook goed in taal en rekenen. Als de linker hersenhelft wel minder wordt ontwikkeld, kan dit leerproblemen veroorzaken.

 

Linker hersenhelft

  1. -Secondair voorkeursdenken
  2. -Beredeneren
  3. -Informatie opbouwen
  4. -Planning en organisatie
  5. -Tijdsbesef
  6. -Details
  7. -Woorden (taal)
  8. -Nummers (rekenen)

Rechter hersenhelft

  1. -Primair voorkeursdenken
  2. -Beleven
  3. -Ritme
  4. -Ruimtelijk inzicht
  5. -Overzicht
  6. -Verbeelding
  7. -Beleving
  8. -Dagdromen
  9. –Kleur 


De visueel-ruimtelijke leerling                     De auditief-volgordelijke leerling
Rechter hersenhelft                        Linker hersenhelft

 -denkt primair in beelden                           -denkt primair in woorden
 -is visueel sterk                                       -is auditief sterk
 -kan goed met ruimte omgaan                    -kan goed met tijd omgaan
 -leert vanuit overzicht                              -leert stapje voor stapje
 -begrijpt de leerstof wel of (nog) niet,         -leert met vallen en opstaan
    nooit een beetje 
 -begrijpt complexe concepten makkelijk,      -presteert goed als de moeilijkheidsgraad
   kan details over het hoofd zien                    geleidelijk wordt verhoogd
 -bedenkt synthese en legt makkelijk            -is een analytische denker 
   verbanden
 -werkt vanuit het grote beeld, kan              -werkt vanuit onderdelen naar het geheel 
   details over het hoofd zien
 -kan goed kaart lezen                               -volgt mondelinge instructies goed op
 -is beter in wiskundig rekenen dan in           -kan goed rekenen
   automatiseren
 -leert hele woorden makkelijk                     -leert klanken makkelijk         
 -moet woorden visualiseren alvorens ze       - kan woorden spellend uitspreken
  te kunnen spellen
 -geeft voorkeur aan toetsenborden om        -kan snel, netjes en duidelijk schrijven
  mee te schrijven 
 -ordent en organiseert op geheel eigen        -is goed georganiseerd
  wijze
-vindt intuïtief de juiste oplossing                -kan stappen in het werk makkelijk verduidelijken 
-leert het best door verbanden te zien         -blinkt uit in uit het hoofd leren/stampen
-goed visueel lange termijn geheugen           -goed auditief korte termijn geheugen
-leert concepten voor de eeuwigheid            -heeft soms herhaling nodig om het geleerde
  haakt af bij herhaling en stampwerk            te onthouden
-ontwikkelt eigen methoden om problemen     -leert goed via instructie
  op te lossen
-is erg gevoelig voor de houding van de        -leert onafhankelijk van emotionele reacties
  leerkracht
-bedenkt bijzondere oplossingen voor           -voelt zich goed bij één juist antwoord 
  problemen 
-ontwikkelt zich asynchroon                       -ontwikkelt zich redelijk evenwichtig
  (onevenwichtig)  
-kan erg onregelmatige cijfers halen            -haalt in de regel cijfers van gelijk niveau
-geniet van meetkunde en natuurkunde       -geniet van algebra en scheikunde
-leert de talen op locatie, door                   -leert de talen in de klas/les, door onderwijs
  onderdompeling
-is creatief,ambachtelijk,technologisch,        -is academisch getalenteerd
  emotioneel of spiritueel begaafd
-is een laatbloeier                                    -is een vroegbloeier